Beschouwingen over koorrepertoire
Op deze pagina publiceert Taco Sorgdrager, dirigent van het Morgana Kamerkoor in Den Haag, korte beschouwingen over de muziekstukken die tot het repertoire van Morgana behoren.
Jouissance vous donnerai – Claudin de Sermisy (1490-1562)
En dan heb ik toch, ondanks de zwaarte van het gevoel in dit stuk, de indruk dat de componist wilde weergeven dat er over water gelopen kan worden. Zonder weg te zinken. Inderdaad, zoals Christus over het water liep, ontdaan van zwaarte, ontdaan in zekere zin van de lichamelijkheid die tot zinken brengt. Zou Claudin de Sermisy inderdaad nagedacht hebben over dit gebeuren, dit over het water lopen van Christus, en zijn verwondering en verheugd zijn daarover hebben willen uitdrukken in muziek? Devotie in wereldlijke muziek. De alla breve maat maakt het mogelijk je te ontdoen van de lichamelijke zwaarte die tot zinken brengt, en aldus wordt er in dit stuk over het water gelopen. Hoe kan dat?
Door warmte en licht te laten ontbranden uit het overgeleverd zijn aan de trekkracht van de wereldlijke liefde. Als je goed luistert is de eerste inzet van alt, tenor en bas te vergelijken met het afstrijken van een lucifer, waardoor meteen aan het begin warmte en licht ontbranden, die alle lichamelijke zwaarte opheffen op de tweedelige cadans van de alla breve maat, en ziedaar: er wordt gelopen over water in deze muziek.
Ik stel me voor dat de Sermisy na bezoek aan de zondagsdienst in de kerk dacht: “Ik kan dat beter, dat aanschouwelijk maken van het wonder dat Christus over het water liep. Ik kan dat raker treffen dan 10 preken”. Misschien de hoogmoed van de kunstenaar, maar ook zeker de moed van de eenling in een wereld die individualiteit begon te baren.
8 september 2008Die now my heart – Thomas Morley (1557-1602)
Dit madrigaal van Morley stelde me tot voor kort altijd voor het probleem van het tempo: Welk tempo heeft dit stuk in godsnaam? Ik vond en vind nog steeds dat het een langzaam, gedragen tempo moet hebben. Maar het werkte nooit. Het werd steeds zwaar en slepend. Terwijl een sneller tempo de indruk gaf aan het stuk voorbij te gaan. Nog nooit meegemaakt dat ik er niet uitkwam.
Totdat ik vorige week opeens het eerste zinsdeel van de tekst nog eens tot me door liet dringen: “Die now my heart”. En opeens besefte ik dat er aan dit stuk iets essentieels vooraf moest gaan, namelijk het horen van de eigen hartslag. Dat moet Morley gevoeld hebben, en dat moet hem op het idee voor dit stuk gebracht hebben. Dat onverstoorbaar kloppende hart, dat het ritme van het leven door je heen jaagt, of je nou wilt of niet. Of je nou net hebt ervaren dat je liefde dood is en al je hoop bedrogen: je hart klopt door, omdat je leeft, en het leven in je doorslaat ondanks tegenslag.
Daarom moet voordat dit stuk gezongen wordt het besef van dat kloppende hart wakker worden. En dan niet alleen als gedachte, maar concreet in -alweer- die alla breve maat, met zijn tweedelige puls.
Vandaag liet ik de koorleden 2 maten voorafgaand aan de eerste inzet (van de altstem) op de cadans van de maat het “doek-doek” van een hartslag horen. Met de vraag of ze het gevoel van die hartslag door het hele stuk heen wilden vasthouden. En ziedaar: het tempo zat goed. Ik had het probleem opgelost. Het hele stuk viel op zijn plek.
8 september 2008In ev’ry place – Thomas Morley (1557-1602)
In de laatste 16 maten van dit stuk zet Morley een motief in, steeds op de 2e tel van de maat, waaruit het beeld oprijst van een ambachtsman die een stuk hout aan het schaven is. Dit vindt plaats op de tekst “O grieve me more”, en elk woord is als een haal met de schaaf. Het effect is, dat de slotnoten ‘bevrijd’ klinken (“relieve me”), alsof het materiaal dan perfect glad geschaafd is. Dit is een wonder. En het is ook veel meer dan het de wat zuinige term ‘tekstuitbeelding’, die vaak wordt gehanteerd in verband met madrigalen. Dit is geen tekstuitbeelding, maar muzikale uitbeelding van levensprocessen, –handelingen en –ervaringen.
Deze overweging brengt me op de vraag of het zo zou zijn dat componisten, net als schilders, ge*iuml;nspireerd raakten door elementen uit de wereld om hen heen. In eerste instantie denk je: muziek is zo iets onwerelds, dat haalt een componist toch zeker uit zijn innerlijk, daarvoor moet hij zich afzonderen van de wereld. Maar in Morley‘s stuk hoor ik gewoon dat hij gekeken heeft naar iemand die een stuk hout aan het schaven was. Hij kent het proces. Hij weet wat dat doet: schaven. Misschien heeft hij het zelf ook regelmatig gedaan, en probeerde hij het gevoel van dat schaafproces in muziek weer te geven. Ik zou heel graag willen weten of dat werkelijk zo geweest is.
8 september 2008
Zoek hier met Google op internet.
